Studien zu queeren Lesarten der Hebräischen Bibel (Studies over queer leeswijzen van de Hebreeuwse Bijbel) vormen een grondig bewerkte versie van mijn wetenschappelijke artikelen die in het kader van mijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam tot stand zijn gekomen. Zij concentreren zich op niet-normatieve seksualiteiten in de Tenach resp. het Oude Testament en de daarmee verbonden joodse en christelijke interpretatietradities, evenals op werken in de beeldende kunst. Deze queer leeswijzen zijn in het kader van intertekstualiteit ontstaan. Er worden niet alleen bepaalde tekstpassages uit de Hebreeuwse Bijbel vanuit queer perspectief gelezen, maar ook selectieve rabbijnse uitleggingen die daarop aansluiten. Daarnaast worden een aantal Europese kunstwerken uit de tijd van de renaissance, de barok en de tweede helft van de negentiende eeuw besproken die door hun thematisering van pederastie, verwijfde mannen of seksueel ambivalente figuren een belangrijke bevestiging vormen voor quasi queer lezingen van vóór de huidige bijbelwetenschappelijke interpretaties.
Sinds het begin van de 21e eeuw verschijnen queer leeswijzen van de Bijbel alsmede andere joodse en christelijke geschriften. Verschillende queer personen â lesbiennes, gays, biseksuelen, transgender en interseksuele mensen alsmede anderen die hun seksuele geaardheid of hun identificering met het sociaalculturele geslacht in twijfel trekken â zijn begonnen oude religieuze bronnen zoals de Bijbel wetenschappelijk te onderzoeken vanuit hun eigen perspectief.
In de loop van het bijbelwetenschappelijk en Judaïstisch onderzoek vanuit queer perspectief is het veld van de religieuze geschriften die geanalyseerd worden, verruimd. Bijbelse wetsteksten met betrekking tot homo-erotiek uit Leviticus en crossdressing uit Deuteronomium en de verhalen over Ham en Noach in Gen 9:20â25 en over Sodom en Gibea in Gen 19:1â29 en Ri 19:14â29 blijven, net als vroeger, onderwerpen voor een queer intellectueel debat om vijandigheden jegens diverse queer personen â die nog steeds via passages uit de Hebreeuwse Bijbel worden gerechtvaardigd â argumentatief te weerleggen en om heteroseksistische vooroordelen te verminderen. Ook andere Bijbelteksten en hun latere interpretaties kunnen â afhankelijk van het eigen perspectief â met een queer blik worden uitgelegd, bijvoorbeeld de scheppingsverhalen in Genesis, Pred 4:9â12, het Hooglied, de liefdesgeboden uit Leviticus, het verhaal van Jozef (de zoon van Jakob), en de verhalen over David, Goliath, Saul en Jonathan, evenals die over Ruth, Naomi en Boaz. Deze laatste verhalen in de boeken Samu
Hier in dit boek bespreek ik de volgende onderwerpen: queer leeswijzen van Adams androgynie, een queer leeswijze van Pred 4:9â12, queer leeswijzen van het Hooglied, joods-wettelijke interpretaties van vrouwelijke homo-erotiek, queer interpretaties van de liefdesgeboden uit Leviticus, een queer lezing van Jozef (joodse interpretaties van de mooie jongeman uit de Hebreeuwse Bijbel), queer toe-eigeningen van David en Goliath (artistieke zelfportretten als verslagen pederasten), lezingen voor inzegeningsvieringen en bruiloften van paren van hetzelfde geslacht, vanuit queer perspectief uitgelegd (Jonathans belofte van levenspartnerschap aan David [1 Sam 18:1â4] en Ruths eed van trouw aan Naomi [Ruth 1:14â17]) en een queer leeswijze van 2 Samu
Queer leeswijzen leggen tegenstrijdigheden en spanningen bloot in de Bijbelse weergave van de schepping van de mensheid op basis van de twee verschillende scheppingsverhalen in het boek Genesis. In tegenstelling tot het eerste scheppingsverhaal wordt in het tweede scheppingsverhaal aan het begin van de schepping van de mensheid niet verwezen naar een binaire seksuele verdeling in man en vrouw, maar wordt de schepping van de mens beschreven. In navolging van feministische interpretaties van de Bijbelse scheppingsverhalen heb ik Adam als androgyn wezen en de deling van de eerste mens met twee gezichten besproken. In de rabbijnse literatuur zijn twee joodse tradities te vinden die voortborduren op Platoâs unieke vreemde mythe van de âbolmensenâ uit zijn werk Symposium: ten eerste werd aangenomen dat de eerste mens beide geslachten in zich verenigde. Queer lezers, voor zover zij zich op de een of andere manier associëren met androgynie, kunnen zichzelf herkennen als deel van de schepping, geschapen door G*d, die eveneens als androgyn kan worden begrepen. Ten tweede werd gesteld dat er twee mensen in één waren verenigd. Dit werd geïllustreerd door het beeld van de erste mens met twee gezichten die uiteindelijk gedeeld werd. Een queer lezing stelt een heteroseksistische visie op het ontstaan van het sekseverschil ter discussie aan de hand van rabbijnse interpretaties van Bijbelse ideeën over de schepping in relatie tot de deling van de erste mens met twee gezichten. Al aan het begin van de twintigste eeuw werd door een feministische schrijver de godsgelijkenis van het âhomoseksueleâ in verband met Gen 1:27 uit het eerste scheppingsverhaal geponeerd. Ik geef een queer herlezing van dit Bijbelvers in navolging van een hedendaagse rabbijn en beschouw de schepping van de mensheid op een queer inclusieve wijze.
Mijn queer interpretaties van het boek Prediker en het Hooglied â beide geschriften die behoren tot de Bijbelse wijsheidsliteratuur en die vermoedelijk pas in het midden van de tweede eeuw v.b.g.j. op gezag van koning Salomo zijn vastgelegd â concentreren zich op de veelstemmigheid van uitspraken over menselijke seksualiteit in de Hebreeuwse Bijbel. Zowel bepaalde verzen uit de boeken Prediker en Ruth als het Hooglied worden vanuit een queer perspectief begrepen als contrateksten tegen conservatieve interpretaties van Gen 2:18â24 uit het tweede scheppingsverhaal met betrekking tot het huwelijk. In de boeken Prediker en Ruth worden andere modellen dan een exclusieve man-vrouwrelatie gesuggereerd. In het Hooglied wordt de liefde buiten het huwelijk bezongen, waarbij de menselijke eros wordt gevierd.
In antwoord op de vraag welke partners we nodig hebben om niet alleen te zijn of om te kunnen overleven, suggereert een tekst uit de Hebreeuwse Bijbel als Pred 4:9â12 ook andere modellen dan een exclusieve man-vrouwrelatie. Vanuit queer perspectief kan worden gesteld dat in Pred 4:11 sprake is van een seksuele relatie tussen mannen: het feit dat twee mannen die samen liggen, elkaar warmte geven, kan erop duiden dat ze seksueel opgewonden raken. In het kader van een queer leeswijze kan dit zo mogelijk ook in verband worden gebracht met andere â diverse â queer gezellen die elkaar seksueel opwinden wanneer ze samen liggen. Met het in Pred 4:12 genoemde drievoudige draad, dat niet zo snel stuk te krijgen is, kunnen verschillende zaken in gedachten verbonden worden. Niet alleen toekomstige kinderen, zoals in de Midrasj op Prediker wordt gesteld, bestendigen â mogelijk ook queer â paarrelaties, maar ook genegenheid en seksueel verlangen spelen een wezenlijke rol. Uit rabbijnse interpretaties in Misjnah Kiddoesjien (âOndertrouwâ, âVerlovingâ) 4:14 en parallelle passages in zowel het Palestijnse als het Babylonische Talmoedtraktaat Kiddoesjien blijkt dat joodse geleerden het tot nog toe niet verboden hebben dat twee ongetrouwde mannen samen onder dezelfde mantel slapen. In de tijd van de rabbijnen was wellicht de beroemde liefdesaffaire tussen Alcibiades en Socrates in Platoâs Symposium bekend, waarin Alcibiades âs nachts onder de mantel van de door hem zo bewonderde Socrates glipt met de bedoeling hem seksueel te verleiden.
Vanwege de positieve, aantrekkelijke weergave van buitenechtelijke seksuele verlangens, niet alleen van de man maar vooral van de vrouw, kan het Hooglied tegenwoordig worden gezien als een queer Bijbelse contratekst tegenover huidige conservatieve huwelijksopvattingen, die nog steeds in stand worden gehouden met behulp van bepaalde interpretaties van de scheppingsverhalen in Genesis. Queer wordt daarbij opgevat als âtegen de heersende huwelijksnormâ. Terwijl volgens het tweede scheppingsverhaal in Genesis de vrouw ondergeschikt is aan de man, getuigt het Hooglied van wederzijds verlangen en van een fundamentele geestdrift voor de menselijke eros. Het Hooglied maakt gewag van de aantrekkelijkheid en de schoonheid van geliefden en kan daarom worden uitgelegd als een queer contratekst op Gen 3:16â19 uit het tweede scheppingsverhaal, waarin de ontberingen van het baren van kinderen en het werken op het land etiologisch worden beschreven als een gevolg van het feit dat Adam en zijn vrouw van de vrucht van de boom der kennis hebben gegeten. In tegenstelling tot de overwegend androcentrische visie van andere teksten in de Hebreeuwse Bijbel komt in het Hooglied het vrouwelijk verlangen vanuit het oogpunt van de vrouw tot uiting, en zelfs vaker dan dat de centrale mannelijke figuur zijn seksuele verlangen naar de vrouw bezingt. Paradoxaal genoeg wordt in het Hooglied de vrouwelijke erotiek gevierd maar ook onder controle gehouden, waarbij dat laatste nooit helemaal lukt. De pregnante zelfprofilering van de vrouw in Hoogl 1:5 â âZwart ben ik, maar liefelijkâ â werd een gevleugelde kreet binnen de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging, waarvan de slogan âBlack is Beautifulâ luidt. Deze tekst van het Hooglied staat open voor een queer, antiracistische uitleg. In het Hooglied stuiten we op een andere taal van de erotiek. Vanwege het wereldse karakter ervan kunnen queer mensen het Hooglied met bijzondere interesse lezen. Deze niet-religieuze verzameling liederen kan met zijn seksuele toespelingen en metaforische, vaak dubbelzinnige beschrijvingen van seksuele handelingen worden beschouwd als queer (oftewel âvreemdâ) in de verder religieuze verzameling teksten in de Bijbel.
Met betrekking tot de bespreking van joods-wettelijke interpretaties van vrouwelijke homo-erotiek is het belangrijk op te merken dat lesbische seksualiteit zoals die sinds de tweede helft van de twintigste eeuw wordt begrepen, niet bestond in oude Bijbelse of rabbijnse teksten. Er geldt geen verbod op vrouwelijke homo-erotiek in de Hebreeuwse Bijbel. Ook in de Misjna en de Tosefta staan hierover geen wettelijke uitspraken. In andere halachische teksten van het latere jodendom worden uitspraken tegen vrouwelijke homo-erotiek met terugwerkende kracht ontleend aan het Bijbelboek Leviticus door seksueel genot of zelfs een huwelijk tussen vrouwen te associëren met de âlevenswijze van het land Egypteâ, die volgens de paraenese in Lev 18:3 niet door de Israëlieten mag worden nagevolgd. Deze halachische teksten worden vanuit queer perspectief gelezen om joodse lesbische vrouwen en andere hedendaagse queer personen een hart onder de riem te steken. In Sifra, een halachische Midrasj op Leviticus uit de oudheid, komt bij wijze van uitzondering in de Joodse literatuur een parallel geconcipieerde opvatting over het huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen voor. Niet seks tussen vrouwen, maar een huwelijk tussen vrouwen â evenals tussen mannen en bepaalde vormen van polygamie â worden afgewezen in Sifra Achare Mot (âNa de doodâ) 9:8 (85câd) bij Lev 18:3. Omgekeerd volgt daaruit dat het huwelijk tussen een man en een vrouw, en in principe ook polygynie, waarbij een man meerdere vrouwen heeft, de regel was in Sifra. Er zijn echter Talmoedische teksten die traditioneel als bronnen over vrouwelijke begeerte tussen vrouwen worden aangehaald. Volgens de Palestijnse Talmoed Gittien (âEchtscheidingsaktenâ) 8:10 (49c) is de school van Hillel â in tegenstelling tot de school van Sjammai â van mening dat âstoeienâ tussen vrouwen onderling geen seksueel vergrijp is. Het doorslaggevende punt voor deze opvatting is vermoedelijk dat vrouwen daarbij niet door een mannelijke penis worden gepenetreerd. In de Babylonische Talmoed Jevamot (âSchoonzustersâ) 76a wordt een relatief vergelijkbaar standpunt toegeschreven aan Rabbi Eleazar, die impliciet stelt dat seks van een vrouw met een andere vrouw haar nog niet tot hoer maakt. Vanuit een hedendaags queer perspectief zijn seksuele handelingen tussen vrouwen niet onfatsoenlijk, zoals lesbofobe mensen naar aanleiding van Rabbi Eleazars stellingname vandaag de dag misschien nog denken. In de Babylonische Talmoed Sjabbat (âSabbatâ) 65a is er bezorgdheid over zusters die samen slapen. In de Babylonische Talmoedtraktaten Jevamot 76a en Sjabbat 65a wordt gesteld dat vrouwen die âvervuld zijn van seksueel verlangen naar elkaarâ uitgesloten worden van de priesterlijke gemeenschap. Dit kan het verlies van een priesterlijk voorrecht hebben betekend (namelijk de weigering om te mogen delen in het maal van gaven aan de priesters) of het verbod om te trouwen met een joodse priester. Geen van beide is nu nog relevant. De joodse rechtsgeleerde Maimonides heeft zich in de hoge middeleeuwen op verschillende wijzen over vrouwelijke homo-erotiek uitgelaten. Met zijn oproep tot mannelijke controle over de vrouwelijke seksualiteit in Misjnee Tora (âHerhaling van de Thoraâ), Hilchot Issoere Bia (âWetten op verboden seksuele relatiesâ) 21:8, is hij enerzijds een vertegenwoordiger van een typisch patriarchaal gedachtegoed. Anderzijds stelt zelfs hij in zijn Commentaar op Misjna Sanhedrin (âGerechtshofâ) 7:4 vast dat er volgens zowel de Bijbelse wet (d.w.z. de Thora) als de rabbijnse wet (d.w.z. de Misjna en de Tosefta) geen straf staat op vrouwelijke homo-erotiek.
Daarmee eindigt mijn queer argumentatie (deels vanuit defensief perspectief tegenover heteroseksistische en lesbofobe interpretaties van de Bijbel), beginnend bij de Bijbelse scheppingsverhalen en eindigend bij Leviticus. In de volgende hoofdstukken worden alternatieve leeswijzen vanuit een queer perspectief gepresenteerd, in een poging om conventionele haatdragende opvattingen in het joden- en christendom tegen te gaan, niet alleen met betrekking tot de schepping van de mensheid in de scheppingsverhalen in Genesis en met betrekking tot queer relaties in het boek Prediker en het Hooglied, maar ook met betrekking tot de verboden en geboden in het boek Leviticus.
In het kader van queer interpretaties van de liefdesgeboden in Leviticus onderzoek ik hoe diverse queer personen zichzelf het gebod om je naaste lief te hebben in Lev 19:18 en het gebod om vreemdelingen lief te hebben in Lev 19:34 kunnen toe-eigenen, zodat dergelijke gezaghebbende religieuze teksten uit de Hebreeuwse Bijbel ook voor hen ethisch relevant worden. Daarom ik me niet concentreren op de voor diverse queer personen problematische Bijbelpassages in het 18e en 20e hoofdstuk van het boek Leviticus (zoals de eerdergenoemde âlevenswijze van het land Egypteâ in Lev 18:3 of het verbod op seks tussen mannen in Lev 18:22 en Lev 20:13), maar in plaats daarvan de liefdesgeboden in het 19e hoofdstuk van datzelfde Bijbelboek bespreken. Queer leeswijzen van de liefdesgeboden uit Leviticus behandelen zelfliefde vanuit een queer perspectief en roepen op tot inclusie van vrouwen en queer personen, zowel in het discours van de scheppingsethiek (in relatie tot het idee van de gelijkheid van alle geschapen mensen) als met betrekking tot het maxime van de Gulden Regel. Daarbij wordt aangehaakt op drie traditionele interpretatievarianten van het gebod om je naaste lief te hebben uit de Heiligheidscodex. Ten eerste kan het gebod om je naaste lief te hebben in Lev 19:18 als volgt worden vertaald: âGij zult uw naaste liefhebben zoals gij uzelf liefhebt (resp. moet liefhebben)â. De naaste moet in dezelfde mate worden liefgehad als men zichzelf liefheeft. Een dergelijke opvatting van dit gebod veronderstelt zelfliefde. Het gebod om je naaste lief te hebben kan echter ook gezien worden als een gebod om jezelf lief te hebben. Individuele queer mensen bijvoorbeeld beschuldigen van een gebrek aan zelfliefde zou door de betroffen personen cynisch kunnen worden opgevat wanneer een zelfbepaald seksueel leven voor hen niet mogelijk is. Het moet voor deze mensen makkelijker worden gemaakt om zichzelf lief te hebben door een omgeving te creëren die hun manier van leven en liefhebben aanmoedigt. Op zijn beurt heeft een liefdevol omgaan van diverse queer mensen met zichzelf een positieve invloed op hun omgang met andere medemensen. Ten tweede kan het gebod om je naaste lief te hebben op het volgende duiden: âGij zult uw naaste liefhebben, want hij is een mens zoals gijâ. In de joodse Verlichting creëerde de joodse geleerde Naftali Herz Wessely een nieuwe joodse interpretatietraditie van dit gebod uit Leviticus door de gelijkheid van alle mensen theologisch te rechtvaardigen met referte aan de schepping. Vanuit hedendaags feministisch en queer perspectief is het echter belangrijk om een inclusieve herinterpretatie van het Bijbelse gebod om je naaste en vreemdelingen lief te hebben op te eisen, zodat de liefdesgeboden uit Leviticus kunnen worden begrepen als een oproep tot respectvol handelen, ook en met name tegenover vrouwen en diverse minderheden zoals queer personen. In de derde en laatste plaats kan het gebod om je naaste lief te hebben in de zin van de negatieve Gulden Regel als volgt worden opgevat: âGij zult uw naaste liefhebben, zodat wat u haat, gij hem niet zult aandoenâ. Vele eeuwen na het ontstaan van de Hebreeuwse versies werden de liefdesgeboden in de Aramese vertaling van de Targoem Pseudo-Jonathan al voor uitleg behoeft geacht en daarom geparafraseerd door invoeging van de negatieve Gulden Regel. De Gulden Regel is niet alleen toegeschreven aan belangrijke rabbijnen als Hillel of Akiva, maar ook aan Jezus van Nazareth. In tegenstelling tot de oudheid moet ook de Gulden Regel tegenwoordig inclusief worden opgevat en â in de zin van een ethiek van goed samenleven van alle mensen op deze wereld â worden toegepast, niet alleen op mannen, maar ook op vrouwen en queer personen.
Net als met Adam, de androgyne eerste mens resp. de eerste mens met twee gezichten, maar vooral met de mooie jonge Jozef, die verwijfd overkomt, zijn in het boek Genesis Bijbelse figuren te vinden die rabbijnen in de oudheid heel vreemd hebben geherinterpreteerd wat hun seksualiteit betreft. Jozefs overweldigende schoonheid, waarvan in de Hebreeuwse Bijbel in Gen 39:6 wordt verhaald en die later binnen de joodse traditie in de Midrasj op Genesis (de oudste interpretatieve midrasj) wordt verklaard met de schoonheid van zijn moeder Rachel (binnen de islamitische traditie, te beginnen met de Koran, wordt Jozefs schoonheid benadrukt), trekt niet alleen vrouwen maar ook mannen aan. Mijn queer bespreking van homo-erotische joodse opvattingen over Jozef wordt ingeleid met een nieuwe interpretatie van Michelangeloâs renaissanceschilderij Jakob en Jozef, dat zich in de Sixtijnse Kapel in het Pauselijk Paleis in Vaticaanstad bevindt. Volgens deze interpretatie is de mooie Jozef, de zoon van Rachel en Jacob, quasi een queer voorouder van Jezus Christus. Verschillende joodse interpretaties van de Bijbelverhalen over Jozef in Genesis 37â50 zijn interessant vanuit het perspectief van queer lezers. Hiertoe behoren verschillende passages van de Midrasj op Genesis (en aansluitend daarop ook de middeleeuwse midrasjcompilatie Jalkut Shimoni op Genesis §145), de homiletische Midrasj Tanchoema in de versie van Salomon Buber Wajescheb (âMaar Jakob bleefâ) 14 en 16, de Babylonische Talmoed Sota 13b, de Aramese Bijbelvertaling van Targoem Pseudo-Jonathan op Gen 39:1, en het commentaar van Rasji op Genesis. Rabbijnen hebben tegenstrijdigheden, dubbelzinnigheden en onduidelijkheden in het Bijbelverhaal van Jozef genomen als een gelegenheid voor scheppen van hun eigen nieuwe interpretaties. Zo wordt Jozef, de zeventienjarige zoon van Jakob met een mooi figuur en een knap uiterlijk, vanaf de rabbijnse tradities in de Midrasj op Genesis in Gen 37:2 en in Gen 39:6 als een verwijfde jongeling gekenschetst. Hoewel het vrouwelijke gedrag van een knappe jongeman tegenwoordig op zichzelf een referentiepunt zou kunnen zijn voor homoseksuele lezers, is het belangrijk in gedachten te houden dat Jozef in de Midrasj op Genesis door zijn broers wordt verondersteld een gevangene in een bordeel te zijn, en dat hij dus vanuit rabbijns perspectief in verband wordt gebracht met mannelijke prostitutie. Verschillende rabbijnse en andere joodse interpretaties geven een verklaring voor de Bijbelse vertelling in Gen 39:1 waarom Potifar (de Egyptische hofambtenaar van de farao) de tot slaaf gemaakte Jozef in Egypte koopt: hij wil seks met deze mooie jonge vreemdeling en wordt daarom bestraft met castratie. Niet alleen de Egyptische Potifar vindt Jozef aantrekkelijk, maar volgens het Bijbelverhaal in het boek Genesis 39 ook zijn naamloze vrouw en â volgens de rabbijnen in de Midrasj op Genesis â de eveneens niet nader genoemde dochters van Egyptische koningen. Jozefs negeren van de begerenswaardige Egyptische koningsdochters in de rabbijnse verklaring ten aanzien van Gen 49:22 in de Midrasj op Genesis kan vanuit een queer perspectief worden uitgelegd als seksuele desinteresse in vrouwen. Huidige queer lezers zullen het extreme lot van Jozef hoogstwaarschijnlijk niet delen: van de favoriete zoon van de vader (trefwoord: Jozefs kleurrijke tuniek in Gen 37:3) via een totale neergang in slavernij met de dreiging te worden doorverkocht aan een Egyptenaar voor seksuele diensten, slaagt Jozef er uiteindelijk weer in een zeer hoge positie in een vreemd land te bereiken. Terwijl Jozefs karakterisering in rabbijnse en andere joodse literatuur als een uiterst aantrekkelijke jongeling met vrouwelijke trekken uit de tijd van Jozefs dieptepunt komt, waarin hij in verband kan worden gebracht met mannelijke prostitutie, kan zijn negeren van seksuele avances van aantrekkelijke vrouwen (zoals de koningsdochters) gesitueerd worden in de tijd van zijn maatschappelijke hoogtepunt, wanneer hij in Egypte een triomfantelijke opwachting in de praalwagen van de farao maakt.
In de laatste drie hoofdstukken van deze bundel worden queer leeswijzen van tekstpassages uit het Bijbelboek Samu
Op grond van recente religieuze ontwikkelingen, waarbij de vraag van paren van hetzelfde geslacht naar erkenning van hun levenspartnerschappen binnen verschillende religieuze gemeenschappen door middel van huwelijksceremonies of zegeningen inmiddels geheel of gedeeltelijk wordt ingewilligd, vestig ik de aandacht op bepaalde passages in het eerste boek van Samu
Koning Davids ontbloting bij de dans in het tweede boek van Samu
Zowel het Bijbelverhaal van David en Goliath als dat van Jonathans belofte van levenspartnerschap aan David hangen samen met David als mooie jongeman in het verhaal van zijn opkomst in het eerste boek van Samu
Na dit beknopte overzicht van de bevindingen van de afzonderlijke hoofdstukken kan het volgende worden geconcludeerd: over het geheel genomen is duidelijk geworden dat de Hebreeuwse Bijbel, met zijn overvloed aan verschillende en gelaagde literaire teksten, inderdaad een rijke bron is voor hedendaagse queer leeswijzen, zelfs in grotere mate dan dat het christelijke Nieuwe Testament dit is. Veel van wat tegenwoordig niet met de geslachtsnormen strookt, was al in de oudheid een thema in relatie tot de Hebreeuwse Bijbel en de rabbijnse receptie daarvan: androgynie, seksuele resp. erotische relaties of zelfs een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht, evenals meervoudige relaties in plaats van exclusieve paarrelaties. Nog steeds ongebruikelijk naar hedendaagse religieuze maatstaven zijn de positieve portrettering van buitenechtelijk seksueel verlangen (niet alleen van de man maar ook van de vrouw), het vieren van de menselijke eros, de beschrijving van vrouwelijk verlangen vanuit het oogpunt van de vrouw zoals in het Hooglied, of een uitgelaten dansende religieuze leider zoals koning David in het tweede boek van Samu
Tot slot wil ik de lezers van dit boek de volgende aanmoediging geven: gebruik uw kennis van religieuze tradities in joodse en christelijke geschriften die door mijn queer leeswijzen mogelijkerwijs in een nieuw licht zijn komen te staan, en zet u in uw persoonlijke en politieke omgeving in voor een transformatie van de samenleving wat betreft het beëindigen van onderdrukking en discriminatie van vrouwen en queer personen, hetzij binnen de samenleving in het algemeen, hetzij binnen specifieke religieuze instellingen. Dit moet niet worden opgevat als een opdracht om de eigen krachten te overvragen, zo voeg ik eraan toe, als dit maar vreugde schenkt en het de eigen capaciteiten niet overstijgt.
Tot slot hierbij mijn variatie op de slogan âWeâre here. Weâre queer. Get used to itâ, die begin jaren â90 van de 20e eeuw bekend werd dankzij Queer Nation, een organisatie van queer activisten in de VS:1 âWe zijn hier. We zijn queer. Wen aan onze leeswijzen van de Hebreeuwse Bijbel.â Van nu af aan kan men niet meer heen om de erkenning van queer personen en om het intellectuele debat over het onderwerp dat ik hier uitvoerig heb behandeld.
Stryker, âQueer Nationâ.