Jan Huygen van Linschotens Itinerario is in 1595 niet het eerste boek met afbeeldingen over Azië, maar wel een waarin de omvang, de variatie en de reikwijdte van de prenten opmerkelijk is. Niet voor niets wordt het een âwaterscheiding in Europaâs geïllustreerde verbeelding van Aziëâ genoemd. Het is het eerste werk over Azië dat in het Nederlands en door een Nederlander is geschreven.
Het publiek wilde alles weten over dat verre Azië. Daarom werden in 1604 dertig prenten uit het Itinerario als aparte set uitgegeven: de Icones et habitus Indorum met onder elke prent samenvattingen van de oorspronkelijke teksten in het Latijn. Die onderschriften brengen de wat stijfjes getekende teksten tot leven door retorische overdrijvingen, scabreuze anekdotiek en allerlei terzijdes.
Van den Boogaart laat in zijn studie zien dat de combinatie van woord en beeld een educatieve bedoeling had. De prenten zijn geen nauwgezette weergave van de Aziatische werkelijkheid, maar moeten âgelezenâ worden als een visuele instructie voor het begrijpen van de samenlevingen in Oost-Azië. De samenstellers van de Icones stellen zich op als vermanende humanisten: âWeet reiziger, dat U zult moeten kiezen. Kies voor matigheidâ.
De Icones et habitus Indorum getuigt van inventiviteit in het gebruik van beeldende middelen, tegelijkertijd is het een voorbeeld van een methodische ordening van de kennis over vreemde volken. Al met al is het een opmerkelijk document van de vroeg-moderne visuele cultuur. Een beeldverhaal kortom âseer nut, oorbaer ende oock vermakelijk voor alle curieuse ende liefhebbers van vreemdighedenâ.
Ernst van den Boogaart is historicus. Hij publiceerde over de Nederlandse expansie in het Atlantisch gebied en werkte mee aan historische tentoonstellingen over de betrekkingen tussen Europa en de rest van de wereld.